Border Collie web site
Nice of you to Come Bye
Hoofdmenu  > Gezondheid  > Gen interactie  

Genetica

Interacties tussen verschillende genen

In het leven is het vaak niet zo simpel als we ons in eerste instantie voorstellen. Het gebeurt dan ook vaak dat een eigenschap door meerdere genen (loci) wordt bepaald. Deze genen beïnvloeden elkaar dan ook nog eens via allerlei dominantie verhoudingen, waardoor de zaak complexer wordt.

Laten we voor de bespreking uitgaan van twee genen A en B, die elk een dominant allel en een recessief allel kennen (A, a en B, b)

Let op: bij het printen zullen de schema's er afwijkend uit komen zien! Delen met dezelfde kleur leveren hetzelfde fenotype. Voor oude browsers, die de kleuren niet weergeven, zijn de getalsmatige verhoudingen vermeld.

Geen interactie

Normaal zouden we deze fenotypen zien:
A-B- (9/16) aaB- (3/16)
A-bb (3/16) aabb (1/16)

Epistasie

Er zijn gevallen dat het B-allel het effect van het A-gen geheel overschaduwd. Dit noemen we epistasie:

--B- (12/16)
A-bb (3/16) aabb (1/16)
Een voorbeeld voor epistasie is volgens enkele onderzoeken het haartype.
S - korthaar
s - langhaar
R - ruwhaar
r - geen ruwhaar
Indien het allel R aanwezig is heeft de invulling van de S-locus geen invloed meer. Of de hond nu lang- of kortharig zou zijn is niet waarneembaar; het R-gen is epistatisch over het S-gen.

Cryptomerie

Het komt ook voor dat het voorkomen van een dubbel a-allel (aa) het B effect geheel teniet doet. Dit heet cryptomerie:

A-B- (9/16) aa-- (4/16)
A-bb (3/16)
Een voorbeeld hiervan is de invloed van de extensie factor (het rood-gen bij de Border Collie, E-locus) op de B-locus (zwart/bruin). Indien de hond homozygoot is voor de extensie (ee), is het effect van het B-gen verborgen.

Een derde effect komt voor, waarbij een recessief allelenpaar (of aa of bb) hetzelfde fenotype oplevert, maar beide loci homozygoot recessief een ander fenotype:

A-B- (9/16) aa-- (3/16)
--bb (3/16) aabb (1/16)
De genotypes aa-- en --bb resulteren in hetzelfde fenotype!

Deze effecten kunnen zich ook combineren tot

Wederkerige epistasie

A---/--B- (15/16)  
aabb (1/16)
Dit is bijvoorbeeld te demonstreren bij kruising van kortbenige rassen als de Teckel en de Schotse Terrier. Beide rassen zijn homozygoot voor kortbenigheid. De kortbenigheid wordt echter bij beide rassen veroorzaakt door een ander, dominant gen. De nakomelingen van deze kruising zijn heterozygoot voor beide genen en kortbenig. Kruis je deze nakomelingen onderling, dan komt is 1/16 van de honden homozygoot recessief voor beide genen. Deze laatste categorie heeft een normale beenlengte.

Epistasie en cryptomerie

--B-/aabb (13/16)  
A-bb (3/16)
Een aardig voorbeeld hiervan zijn de genen die voor een witte vachtkleur zorgen. Uit een onderzoek aan de Universiteit van Utrecht naar doofheid bij witte Bull Terriers is onderstaande combinatie onderzocht.
Het sw-gen zorgt in homozygote toestand voor een witte vachtkleur; het W-gen zorgt ook voor een witte vachtkleur. Alleen de S-ww honden zijn gekleurd. Het W-allel (dominant wit) overschaduwd de s-locus en de swsw combinatie zorgt voor het verbergen van de w-locus.

Overigens is hier buiten beschouwing gelaten dat bepaalde combinaties ook doof zijn en dat swswww-honden vaak nog enkele zwarte plekken hebben (zie extreem wit), waardoor die globaal gezien een ander fenotype hebben.

Wederkerige cryptomerie

A-B- (9/16)  
--bb/aa--/aabb (7/16)
Deze combinatie kan geïllustreerd worden door de rode vachtkleur; behalve door recessief homozygoot ee (Extensie locus) kan het ook door de recessief homozygote ayay (Agouti locus) veroorzaakt worden. Worden deze twee honden gekruisd dan krijgen we heterozygote nakomelingen: AayEe. Kruisen we deze honden dan treedt het verschijnsel van wederkerige cryptomerie op; A-ee, ayayE- en ayayee leveren een rode vacht.

Wetten van Mendel

Vaak worden de wetten van Mendel besproken, die dan ook nog bij naam genoemd worden. Het bij naam kennen van deze wetten is niet echt zinnig, maar voor de volledigheid (en het feit dat ze in diverse publicaties genoemd worden) zal ik ze kort de revu laten passeren.

Eerste wet

De monohybride kruising. Bij kruising van een homozygoot dominant dier en een homozygoot recessief dier vertonen de nakomelingen fenotypisch de dominante eigenschap. Een kruising van BB x bb geeft 100% Bb, welke fenotypisch zwart zijn (B = zwart, b = bruin).

Tweede wet

Bij kruising van de nakomelingen besproken bij de eerste wet, treedt in de volgende generatie een splitsing van eigenschappen op; zodanig dat 75% de eigenschap van een grootouder heeft en 25% de eigenschap van de andere grootouder. De kruising Bb x Bb geeft 25% BB, 50% Bb en 25% bb; daar BB en Bb fenotypisch gelijk zijn, lijkt de verhouding 75% zwart en 25% bruin.
BB Bb
bB bb

Derde wet

Dihybride kruising. Bij een kruising van dieren die in twee of meer factoren verschillen, vererven deze eigenschap zich onafhankelijk. Schematisch hebben we dit al gezien bij "Geen interactie".

verder met: Biologische achtergrond.


Copyright © 1998-2013 Jigal van Hemert & Danielle Boshouwers
URL: http://www.bordercollies.nl/dgenepi.shtml
This page last modified: Wednesday, 30-Jul-2008 16:41:35 CEST
 
Algemeen
*Hoofdmenu
*English
*Ons adres
*Wat is nieuw?
De Border Collie
Onze kennel
Pups
Kenneldag 2008
Werk en sport
Gezondheid
Genetica
*Terminologie
*Introductie
*Allel interactie
*Gen interactie
*Biologie
*Populatie­genetica
*Pop.genetica(2)
*Foktechnisch
*Vachtkleuren
Ziektes
*Elleboog­dysplasie
*Oogziektes
*TNS
Hondennamen
Problemen
Wat is nieuw?
Screen saver
Ansicht kaart
Guestbook
Links